De verdwenen fresco’s

Wanneer je door de kloostergangen en de kerk loopt, voel je letterlijk en figuurlijk de ‘eeuwen’. De oude tegels, ramen en kale bakstenen muren komen helemaal overeen met hoe wij ons de middeleeuwen voorstellen: sober en ruw. Toch ervaren mensen in de middeleeuwen het klooster niet zo. In de tijd van de Kruisheren zien de gangen en de kerk er namelijk heel anders uit.

Fresco's in de kerk van het Kruisherenhotel in Maastricht.
In het Kruisherenhotel ontbijt je onder de nog bestaande fresco's in de kerk.

Explosie van kleur en versiering

Voor hen is het klooster een explosie van kleur en versiering. De nu kale muren zijn wit gepleisterd en rijk versierd met Bijbelse voorstellingen, scènes uit het leven van heiligen en bloemen. Deze fresco’s zijn nog lange tijd te zien nadat de Kruisheren het klooster verlaten. De archivaris van Groningen H.O. Feith schrijft kort na 1837 over de schilderingen in de kerkgewelven: “Men zag zoo lang de kerkgewelven nog bestonden, in fresco wonderlijke schilderijen op dezelve, zoo als, onder anderen, om slechts iets te noemen, eenen geestelijk, houdende eene schaal in de hand, op welker eene blad een duivel zat, terwijl op het andere, dat naar beneden zakte, een engel stond.”

Fresco in de Kanunnikenkerk.
De geranium die bij de restauratie is verwijderd.

Geranium

Eén van de laatst bekende fresco’s in het gebouw is een puntige, gestreepte bloem, omringd door grote bladeren. Dit is niet zomaar een bloem, maar een geranium (Robertskruid), die in de middeleeuwen als geneeskrachtige plant wordt gezien en gebruikt wordt als bescherming tegen het kwaad. Heel toepasselijk dus voor de Kruisheren, die dan ook als geneesheren actief zijn. De grote bladeren die de geranium omringen zijn acanthusbladeren, die al sinds de Romeinse tijd als decoratie worden gebruikt. De bloem versiert in de kloostertijd de bovenkant van de deur van de kanunnikenkerk naar het voorportaal.

In de overwelfde Kruisgang staat iemand door het raam naar buiten te kijken.
De kruisgang zoals we die na de restauratie in de jaren 30 van de twintigste eeuw kennen.

Restauratie

Maar waarom zijn de muren nu dan zo kaal? Tijdens de Reformatie worden veel van de fresco’s overgekalkt met witte verf om de gebouwen te zuiveren. Hierdoor verdwijnen veel van de schilderingen uit het zicht. Als het klooster begin jaren 30 van de twintigste eeuw wordt gerestaureerd onder leiding van stadsingenieur C.L. de Vos tot Nederveen Cappel, worden alle muren ontdaan van de kalklaag. Waarom hij dit doet, blijft een raadsel, aangezien hij zich bewust moet zijn geweest van de middeleeuwse schilderingen die zich achter de witte kalklaag bevonden. Het ‘middeleeuwse’ gevoel dat wij nu bij het klooster hebben, is dus aan hem te danken.

Ontvang nieuwtjes en tips met onze nieuwsbrief

Momentje...

U bent aangemeld!