Het wordt steeds groener in de tuin. De regen van de afgelopen dagen heeft daar zeker een positieve bijdrage aan geleverd. Een aantal kruiden staan nu op het punt te gaan bloeien. De vuurwerkplant (Dictamnus albus) bijvoorbeeld, voor het eerst sinds vele jaren.
Nauwelijks in toom te houden
Ook het bijenkorfje (Prunella vulgaris) zal in de komende weken gaan bloeien. In de tuin hebben wij niet alleen de ‘gewone brunel’, zoals deze plant wel wordt genoemd, maar ook een veredelde soort: vermoedelijk de Prunella grandiflora ‘Loveliness’. Hoe dat zo gekomen is weet ik eigenlijk niet. De vulgaris heeft echter behoorlijk de nijging om zich overal uit te zaaien en zich daardoor als een onkruid gedraagt. Daarom is misschien ooit getracht het te vervangen door een variant die die nijging niet heeft. Dat is niet echt gelukt… de vulgaris komen we in bijna alle perken tegen en is maar nauwelijks in toom te houden.

Vele toepassingen
De Prunella vulgaris is verder een tamelijk onopvallende plant die ook niet spectaculair bloeit. Maar de lijst met toepassingen is alles behalve onopvallend. Zo is de hele plant eetbaar en worden de jonge bladeren vooral gebruikt in salades, soepen, stamppotten en stoofschotels. De bladeren moeten wel eerst goed gewassen worden om de bitter smakende tanninen te verwijderen. Vers gesneden, gemalen of gedroogde bladeren kunnen ook worden gebruikt om thee of een gezonde drank te maken. Van de bloemen en stengels wordt een olijfgroene kleurstof gewonnen.
Signatuurleer
Sinds de oudheid wordt Prunella vulgaris geprezen om zijn genezende eigenschappen. In het Engels wordt het daarom selfheal genoemd. In het Duits wordt het Braunelle genoemd. Dit omdat het toegepast werd bij Halsbräune. Dit is een verouderde Duitse benaming voor difterie, waarbij de keel ernstig ontstoken raakt en men moeite heeft met slikken. Bräune betekent in dit verband ‘ontsteking’. De Nederlandse naam brunel is van het Duitse Braunelle afgeleid. Deze toepassing is gebaseerd op de signatuurleer: de bloemkroon lijkt een beetje op een keel met opgezette klieren waardoor het in deze leer bij keelaandoeningen wordt ingezet.
Mondspoeling
In de traditionele geneeskunde werd het bijenkorfje met name gebruikt om wonden en zweren te helen. Bovendien werd een thee van de bladeren gebruikt tegen diarree, mondzweren en inwendige bloedingen. Een thee van de hele plant, dus inclusief bloemen, werd voorgeschreven als mondspoeling om ontstekingen en tandvleesaandoeningen te behandelen.
"Bruynelle in water oft wijn ghesoden ende ghedroncken heylt ende gheneest alle inwendighe ende uutwendighe wonden ghelijck Senegroen. Bruynelle gheneest oock die sweeringhen des monts ende es seer sonderlinghe tseghen die sieckte der tonghen diemen den bruynen noempt dat es als die tonge onsteeckt swert wordt ende seer dick swilt alsmen die selve in water siedt ende die mont daer mede dicwils spoelt naer voortgaende die generale remedien. Bruynelle met olie van Roosen ende azijn vermenght gheneest ende versuet die pijne in thooft opt voorhooft gheleyt."
Nico Rookmaker
16 mei 2026

